Fudge eten op sterrenniveau

Koken en bakken: daar had Yvonne van Rooij uit Oude Pekela nooit zoveel mee. Maar als je haar kraam op de Groningse markt weleens hebt gezien, dan weet je dat er fudge over de toonbank gaat die ze zélf heeft gemaakt. Een product waar ze overigens aanvankelijk óók niets mee had… Het was de ambachtelijke bereiding die maakte dat ze toch in de ban van de snoepsoort raakte. Ze was niet de enige. Mensen die haar fudge proefden, vielen soms bijna flauw– zó onder de indruk waren ze. En nu twee van haar varianten zijn bekroond met een Great Taste Award (een soort Engelse Michelinster) is Yvonne’s fudge helemaal booming. 

Wanneer je denkt aan mensen die doorbreken met hun kook- en bakkunsten  – zoals de winnaars van Heel Holland Bakt bijvoorbeeld – dan denk je aan mensen die op elk vrij moment te vinden zijn in de keuken. Maar de fudge van Yvonne is niet ontstaan vanuit een bakhobby – ‘Je moet het ook allemaal opeten, dan zit je daar met al je taarten’. Hoe dan wel? Yvonne: ‘Ik was altijd al dol op fondant en karamel. Bij de kringloop vond ik een receptenboekje, ik denk wel dertig à veertig jaar oud. Het ging over het maken van suikerwerk op een ouderwetse manier. Ik las het en dacht: ‘Verhip, het is een echte ambacht. Dat vond ik machtig interessant en besloot het te proberen.’

Ik dacht: ik ben eigenlijk gek dat ik het doe…

En de rest is geschiedenis. Yvonne ging de boer op met haar baksels. Eerst op fairs, later ook op de Groningse markt. Ze heeft een naturelvariant, maar experimenteerde ook met smaken als koffie-chocolade en limoncello. Het waren de reacties van anderen die maakten dat ze doorging met het maken van fudge. Yvonne: ‘Liet ik mijn fudge aan mensen proeven, dan haalden ze verrukt uit. Sommigen deden zelfs alsof ze moesten flauwvallen. Ik wist wel dat de fudge goed was, maar door die reacties wist ik dat het écht iets voorstelde.

Op een dag bezocht een Engelsman mijn kraam. ‘Amááázing!’ jubelde hij, ‘je moet je fudge insturen voor the Great Taste Awards. Die awards zijn te vergelijken met de Nederlandse Michelinster en een soort erkenning dat je producten van echte klasse zijn.’ Ondanks haar scepsis besloot Yvonne toch mee te doen. ‘Ik dacht: ik ben eigenlijk gek dat ik het doe. Het is net als loten in de loterij: de kans is zó klein dat je wint. Maar als je niet meedoet, dan win je ook niets.’

Beroepsgeheim

Negen maanden na haar inzending ontving Yvonne het juryrapport. Inmiddels prijken op twee van haar producten een Great Taste Award: op de versie met salmiak en die met whisky. Met dingen als melk, room, boter, suiker en zout staan er geen wereldschokkende dingen op de ingrediëntenlijst. Het is de ambachtelijke bereiding – de jury typeerde haar inzending als ‘vakkundig en met aandacht gemaakt’ – die de fudge uniek maakt. Buiten het feit dat Yvonne werkt met koperen pannen, blijft het ‘hoe’ achter de ambachtelijke producten geheim. Je moet het verschil natuurlijk eigenlijk zelf proeven. Maar uit Yvonne’s keuken komt heel iets anders dan de (Engelse) fudge die je waarschijnlijk tot nu toe gewend bent. Yvonne: ‘Die is korrelig, kleverig en zacht, en je hebt de neiging om er op te bijten. Dat hoeft niet met de mijne: die laat je smelten op je tong.’

Zelfverzekerdheid

Het winnen van de awards gaf Yvonne meer zelfverzekerdheid ten aanzien van haar product. ‘Ik twijfelde soms. Dan had ik een slechte dag op de markt, en dacht ik: ‘Misschien vinden mensen het toch niets.’ Nu denk ik: ‘Er is niets mis met mijn fudge, maar de mensen waren er gewoon niet.’ Sindsdien is de fudge een eigen leven gaan leiden. Inmiddels toert Yvonne met een ‘fudgefiets’ langs evenementen in de buurt én hebben de producten ook een eigen webshop (www.butiknord.nl).

Ik doe alles zelf; het snijden, roeren, verpakken en de stickertjes plakken

Ondanks de stormloop van haar producten blijft ambachtelijk ook écht ambachtelijk. De productie (deels) uit handen geven staat niet op de planning. Yvonne: ‘Ik houd het kleinschalig en doe alles zelf. Het snijden, het roeren in de pannen, het verpakken, de stickertjes plakken.’ Ondanks dat ze niets met bakken of koken had, lijkt de fudge daar toch verandering in hebben gebracht. ‘Ik vind het geweldig om te doen!’

Grootste dropfestival van Zweden

Na de Nederlanders en Engelsen zijn het nu de Scandinaviërs die veroverd worden. Yvonne legt uit: ‘Ze stellen eisen. Als ze snoepen, dan willen ze iets dat écht lekker is en helemaal genieten van de smaak en de beleving. En ze zijn gek op drop. Mijn salmiakfudge wordt inmiddels verkocht in een dropwinkel in Stockholm, en ik sta binnenkort op het grootste dropfestival van Zweden: Lakrits Festivalen.

Nederlandse fudgefans hoeven niets te vrezen: er komt geen Scandinavische transfer. ‘Hoewel ik hier niet geboren en getogen ben, voel ik me een echte Groninger. Op de markt staan is helemaal mijn ding. Als ik achter mijn kraam sta, komen er zóveel enthousiaste mensen op me af. En ze blijven ook terugkomen. Je hoort het weleens: ‘Groningers zijn wat aan de stugge kant.’ Nou, daar is niets van waar hoor!’

Tekst: Charley Blomjous | Fotografie: Marike van de Witte 


En zó eet je Yvonne´s fudge!

Als het aan Yvonne ligt, dan kun je élke dag snoepen en nog prachtig slank blijven ook. Zolang je er maar normaal mee omgaat en echt geniet van de smaak en de beleving. In één keer een heel zakje leegeten is misschien verleidelijk. Maar het kan ook anders: één brokje fudge is namelijk makkelijk op te snijden in wel twaalf kleinere brokjes. Waanzinnig genieten!

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: