Fred Dalebout: ‘We moeten laten zien dat wij de beste zijn’

Bijna een jaar is Fred Dalebout de enige eigenaar van de Martini Hotel Group, sinds hij op 1 december 2017 de aandelen overnam van Frans Kappenburg. Daarmee is Dalebout eigenaar van Groningse zaken als Restaurant WEEVA, het Martini Hotel, Taveerne Rabenhaupt, Bud Gett Hostels, De Rietschans (voor de helft) het Brinkhotel en Eethuis voor Allen in Zuidlaren. Alle reden voor LocalZ om te vragen hoe Dalebout en “zijn” Martini Hotel Group er nu bijna een jaar later voor staan. 

Fred Dalebout (47) is een man van tradities en “gewoon goed” vakmanschap. We hebben afgesproken in het Martini Hotel aan het Zuiderdiep. Een hotel op de historische plek in Stad en bovendien de naamgever van de hotelgroep waarvan Dalebout zijn ambities tot uiting laat komen. De dag is voor ondernemer Dalebout altijd anders, maar het begin is altijd hetzelfde: de wekker gaat om half zeven en daarna smeert hij de boterhammen van zijn zoons van 14 en 17. ‘En ja, dat kunnen ze natuurlijk zelf’, zegt Dalebout met een lach. ‘Maar ik vind het ontzettend belangrijk om de weinige tijd die we samen hebben, optimaal te besteden. Ik wil geen vader zijn die daar later spijt heeft. Hoe leuk mijn werk ook is, mijn gezin komt altijd op de eerste plaats.’ Dalebout is een familieman, maar toch een ontzettend gedreven en gepassioneerd ondernemer, getuige zijn expansiedrift. Want sinds de geboren en getogen Zeeuw na enige omzwervingen in Groningen terechtkwam ontwikkelde hij samen met Frans Kappenburg – met wie hij nu overigens nog steeds samenwerkt in De Rietschans – de ene na de andere horecagelegenheid in Noord-Nederland: de start van de Martini Hotel Group.

Imperium

Dalebout begon zijn carrière bij de Martini Hotel Group toen hij op 1 oktober 2008 voor horecaondernemer Frans Kappenburg kwam werken. Destijds al met de intentie om zich in te kopen in het bedrijf. ‘Uiteindelijk heb ik in september 2010 de helft van de aandelen overgenomen. Dat was de eerste stap naar een zelfstandig ondernemerschap’, begint hij zijn verhaal. ‘In die tijd bestond het Martini Hotel, hadden we Hotel Zeewinde op Ameland en zouden we net het Bud Gett Hostel aan de Rademarkt openen. Uiteindelijk hadden we ruim vierhonderd slaapplekken in Groningen.’ Maar daar bleef het niet bij. Hij vervolgt: ‘Elke dag zag ik onze hotelgasten de stad in lopen om wat te gaan eten. Op dat moment bedacht ik toen dat het toch wel mooi zou zijn als we die mensen binnen zouden kunnen houden.’

Hoe leuk mijn werk ook is, mijn gezin komt altijd op de eerste plaats

En dat lukte. Het resulteerde in de heropening van WEEVA op 4 oktober 2011, precies 140 jaar nadat daar de eerste maaltijden werden geserveerd. In Zuidlaren opende de horecaondernemer het Brinkhotel en Eethuis voor Allen in 2015. Schuin tegenover WEEVA opende Dalebout in augustus 2016 Taveerne Rabenhaupt met een concept van bier en kip. ‘Met uiteindelijk zeven bedrijven met ruim 200 personeelsleden heb ik toen eind vorig jaar alle aandelen van de Martini Hotel Group gekocht. Dat is in het kort het verhaal.’

Orde op zaken

Met de overname van de aandelen is Dalebout daar waar hij nu wil zijn en daarom heeft hij dit jaar gebruikt om vooral te “bouwen” aan zijn organisatie en alle zaken op orde te krijgen. ‘Er is in het afgelopen jaar natuurlijk heel veel gebeurd, er zijn veel personeelsleden van plek veranderd en daarom is het goed om orde op zaken te stellen, de backoffice opnieuw in te richten en waar het kon verbeteringen door te voeren’, aldus de horecaondernemer. Hij benadrukt dat ondanks dat de bedrijven dezelfde eigenaar hebben, iedere gelegenheid zijn eigen identiteit en karakter behoudt. ‘Zo heeft WEEVA een heel andere doelgroep dan De Rietschans en de Taveerne weer een andere doelgroep dan het Martini Hotel. Maar ze hebben wel een gezamenlijke achtergrond met één organisatie. Iedereen heeft z’n specifieke karakter, maar het mooie daarvan is weer dat we als Martini Hotel Group met de brede range aan horecagelegenheden ook een heel veel verschillende consumenten kunnen bedienen. Eten, drinken en slapen: het kan allemaal bij ons.’

Ontwikkeling

Zoals gezegd heeft Dalebout (getrouwd, twee kinderen) zijn wortels in Zeeland. Maar hoe komt een ondernemer van het uiterste Zuiden naar het uiterste Noorden van Nederland? ‘Ik heb ruim twintig jaar in Zeeland gewoond en ben er geboren en getogen.’ Daar ontdekte hij de passie voor het vak. ‘In de vakanties had ik altijd een bijbaan in de horeca, dat vond ik hartstikke leuk. Ik wist toen al dat ik van die passie mijn werk wilde maken. Ook toen al had ik het idee om zelfstandig ondernemer te worden, dus ik begreep dat alleen passie voor het vak niet genoeg was, maar dat je ook een beetje theoretisch moet zijn onderlegd om het als ondernemer klaar te spelen’, legt Dalebout uit.

Na het afronden van het voortgezet onderwijs volgde hij de Middelbare Hotelschool in Zeeland en stroomde hij daarna door naar de Hogere Hotelschool in Leeuwarden. Daar leerde hij zijn vrouw kennen. De ambitie voor het ondernemerschap bleef ook toen niet onopgemerkt. ‘Mijn reguliere studie-uren vulde ik aan met enkele bedrijfskundige cursussen en opleidingen. Ik was eigenlijk dag en nacht bezig met het vergroten van mijn kennis.’ Na zijn studie woonde en werkte hij achtereenvolgend in Londen, Düsseldorf, Berlijn, Dortmund, Bielefeld en Leipzig en stond hij uiteindelijk op 26-jarige leeftijd als directeur aan het hoofd van het Marriott hotel in het Duitse Bielefeld. Toch wilde zijn vrouw, geboren in de stad Groningen, terug naar haar geboorteplaats, waarna het koppel verhuisde van Leipzig naar Groningen.

Fotografie: Elsbeth Hoekstra

‘Toen wij uit Duitsland terugkwamen in Nederland besloten we te solliciteren. We waren overtuigd van onszelf wel weer een baan te kunnen vinden.’ En dat lukte. Achtereenvolgend werkte hij zes jaar bij Van der Valk in Assen en kwam in 2002 in contact met ondernemer Albert-Jan Postma van Freia. Daar werd Dalebout directeur bij Hampshire Hotels en directeur Accommodaties bij Freia. Toch had Dalebout altijd nog de droom om zelfstandig ondernemer te worden. ‘Bij Frans Kappenburg kreeg ik die kans, want toen hij mij vroeg of ik bij hem kwam werken was mijn voorwaarde om mezelf in zijn bedrijf in te kopen en te groeien naar een groot bedrijf.’ Het was dat of niets voor de ondernemer. ‘Het was óf groot óf samen met mijn vrouw een croissanterie openen, maar alles wat er tussen zou zitten dat was voor mij geen optie. Daarom kwam ik bij Frans Kappenburg helemaal op mijn plaats terecht’, zegt Dalebout. ‘Van hem kreeg ik de kans om mezelf en het bedrijf te laten groeien.’

Er is nu toch wel een horeca overkill in het centrum

Horecabranche

Dat is inmiddels een lange tijd geleden. Van een Zeeuw is Dalebout een echte Groninger ondernemer geworden. Maar hoe denkt hij eigenlijk over de Groningers en het ondernemersklimaat in de stad? ‘Eigenlijk dat wat iedereen altijd roept: het is een dynamische en overzichtelijke studentenstad met een grote afwisseling in variëteit van retail en horeca. Bovendien vind ik de mentaliteit van de mensen erg prettig en vergelijkbaar met hoe de Zeeuwen zijn. Van onze gasten hoor ik dat ze het centrum fijn vinden, lekker compact en waarin alles aanwezig is. Alle faciliteiten die je nodig hebt zijn er.’

Toch heeft Dalebout ook wel zijn bedenkingen bij de stand van zaken van de horeca in “zijn” stad. ‘Er is nu toch wel een beetje een horeca overkill in het centrum, waarbij winkels die van nature geen horeca hebben nu ook een horecahoekje hebben. Dat is de eeuwige discussie van het “blurring” verhaal; als ik een spijkerbroekje verkoop, mag ik dan ook een glas wijn schenken? Wij als horecabranche roepen dan ook: het is echt een vak wat je doet, het er even bij doen kan eigenlijk niet. Om nog maar te zwijgen van alle wet-, en regelgeving waar wij aan moeten voldoen. Ik ben voor gelijke monniken, gelijke kappen, maar ik ben wel voorstander van de open markt. Als een ondernemer z’n best doet, mag hij daar wel van profiteren, maar het moet wel kloppen. Zo zet ik ook mijn vraagtekens bij Bed & Breakfasts en Airbnb bijvoorbeeld.’ Maar ziet hij dat soort ontwikkelingen dan als een bedreiging? ‘Gezonde concurrentie is altijd goed en houdt je scherp, maar wij moeten gewoon laten zien dat wij de beste zijn’, meent Dalebout.

Groeistrategie

En nu is het bijna een jaar geleden dat Dalebout gekscherend “alleenheerser” werd van de Martini Hotel Group. Een prestatie waar hij trots op is, maar het betekent zeker niet het einde van zijn ambitie. ‘Gezien het feit dat ik mij CEO noem van de firma geeft volgens mij wel aan waar we naartoe willen groeien. Ondanks het feit dat de Martini Hotel Group de afgelopen jaren een prachtig portfolio aan verschillende bedrijven in de horecasector heeft opgebouwd blijft er volgens Dalebout altijd ruimte om verder te groeien. ‘We hebben een groeistrategie uitgesproken. Dat betekent dat ik niet uitsluit dat er in de toekomst meerdere bedrijven zullen worden toegevoegd aan de Martini Hotel Group en dat we dat met onze kennis en expertise dat dan zouden kunnen uitrollen’, aldus Dalebout. Maar voor nu even de rem erop? Lachend: ‘Nou, om eerlijk te zijn loopt er nu alweer wat, maar daar kan ik op dit moment nog niets over zeggen. Daarvoor ben je net te vroeg.’ Hij vervolgt: ‘Maar ik denk dat het wel aangeeft dat we ambitieus zijn en doorwillen. We zijn – en dat klinkt misschien een beetje arrogant – een grote speler in de horecabranche van Noord-Nederland, ook als je kijkt naar onze aantallen personeel en omzetniveaus. Daar zijn we hartstikke trots op. Het is een goede basis waarmee we verder kunnen groeien.’

Tekst: Walter de Boer
Fotografie: Elsbeth Hoekstra

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: