Horecaman Patrick Beijk streeft nog altijd naar het ultieme horecaconcept

Patrick Beijk begon zijn horecacarrière ooit in de spoelkeuken, maar inmiddels heeft hij een heel imperium opgebouwd met Mr. Mofongo en straks Merckt als vlaggenschepen. Want de horecaman krijgt de kans om op een uniek plek – op de hoek van de Poelestraat en de Grote Markt – een nieuw concept neer te zetten. Maar op de vraag of dat zijn ultieme horecazaak is? ‘Ik ben al heel lang bezig om in mijn hoofd een geweldig totaalconcept te ontwikkelen. En dat concept wordt nog spectaculairder’, zegt Beijk.

Localz heeft met Patrick Beijk afgesproken in grand café en restaurant Mr. Mofongo, in de binnenstad van Groningen. Beijk doet trots een rondleiding, want er is net een verbouwing afgerond. Zo heeft Mr. Mofongo bovenin het pand een nieuwe rooftop wijnbar, waar de glazen worden gevuld met een hypermodern wine-by-the-glass-systeem met twee robotarmen. ‘Op deze manier hebben we onder de grond 80 geconditioneerde wijnflessen die we per glas kunnen aanbieden. De robotarm drukt de kurk over een naald en door gebruik te maken van edelgas komt de wijn niet in aanraking met zuurstof.’

Beijk zou Beijk niet zijn als er een twist zou zijn. Zo krijgen de gasten een extra beleving in de 25 seconden wachttijd die nodig is voor herstel van de kurk. ‘We hebben een transparant OLED-scherm in de vloer. Het is een prototype en dus zie je die nog bijna nergens in de wereld. Op het scherm zie je per wijnsoort een presentatie over de herkomst van de wijn.’

Patrick Beijk is gedurende zijn werkzame leven altijd op zoek naar vernieuwing en verbetering. Het was ook die drang die hem uiteindelijk – veel eerder dan gedacht – een carrière in de horeca opleverde. Want hij heeft veel bekende bedrijven gestart waaronder showrestaurant ‘Baloney’s’, ‘Het Ei van Columbus’ en Beijk Catering Service, nog steeds de grootste cateraar van het Noorden. De meeste daarvan verkocht hij in 2005, maar nu tegenwoordig vallen onder ‘Beijk Beheer’ ook The Chaplin’s Pub, The Dog’s Bollocks en een destilleerderij.

Spoelkeuken
Zoals veel andere goede horecaondernemers begon hij ooit in de spoelkeuken van Het Losse Hoes in Holten. ‘Dat is vaak de eerste werkplek voor gedreven ondernemers. Je moet in dit vak de mouwen kunnen opstropen. Die mentaliteit heb je in zo’n drukke spoelkeuken ook echt wel nodig. Sta je daar je mannetje, dan ben je vaak uit het goede hout gesneden.’

Over zijn tijd in het Losse Hoes is Beijk enthousiast. ‘Een fantastisch bedrijf. Ik heb er ook niet voor niets heel lang gewerkt. Eigenlijk van mijn vijftiende totdat ik begon met mijn eerste bedrijf, altijd naast mijn studie aan de Sportacademie in Groningen. Niet dat ik ooit voor de klas wilde, maar die studie heeft me wel veel opgeleverd. Het behelst veel aspecten uit het dagelijkse leven: omgang met mensen, pedagogiek, psychologie, didactiek en het aansturen van groepsprocessen. Uiteindelijk zijn dat basiselementen op hoe je als ondernemer en leidinggevende een bedrijf kunt runnen.’

Nog voordat hij zijn diploma behaalde, had Beijk als z’n eigen bedrijf. ‘Ik had me via de studentenvereniging van Mesacosa (ALO) laten strikken om de catering te coördineren tijdens de Interacademiale. Dan komen zo’n 300 tot 400 studenten sporten maar natuurlijk ook eten en vooral drinken. Geen enkel horecabedrijf wilde de catering doen, omdat er net een ander ruig studentenfeest van een andere vereniging uit de hand was gelopen. We moesten het dus zelf doen.’

Beijk had met al zijn bijbaantjes al de nodige contacten en relaties. ‘Ik kreeg ontzettend veel hulp en sponsoring. Het buffet werd heel erg luxe. De lovende speech van de ALO-directeur was een soort van open vraag of ik wilde praten over de catering van de Sportacademie.’ Beijk zag echter meer in een wereldreis.

Juist tijdens zijn praktijkexamen kwam iemand van het College van Bestuur van de Hanzehogeschool, toen Rijkshogeschool Groningen, naar me toe. Ik moest letterlijk in mijn korte broek met ze mee, omdat er een probleem was met de toenmalige cateraar van de Rijkshogeschool. Een uur later stond ik bij Everhards, het huidige DeliXL/Bitfood, om inkopen te doen. Een dag later had ik met vrienden die vestiging weer open. Even later heb ik mijn eigen diploma-uitreiking verzorgd.’

‘Ze kende de regeltjes nog niet zo goed’
In feite was dat het begin van Beijk Catering, nu gevestigd op het industrieterrein in Leek. Maar niet voordat Beijk op slinkse wijze de regels van de Kamer van Koophandel moest omzeilen, omdat je voor je 25e nog geen horecabedrijf mocht hebben. ‘De eerste baliemedewerker wees me daar fijntjes op. Terwijl mijn vader met hem in discussie ging, ben ik naar een jong en onervaren meisje bij een andere balie gegaan. Ze kende de regels denk ik nog niet zo goed. Ik had m’n eigen bedrijf!’

Beijk Catering groeide snel. ‘We werkten keihard, reden rond in Suzuki-busjes en zorgden tegelijkertijd voor een betaalbaar en meer creatief assortiment op de vestigingen. Mede omdat we de ALO-locatie konden gebruiken als partycateringlocatie en centrale keuken, groeiden we snel. We werden geroemd om onze service en versloegen regelmatig de grote landelijke cateraars.’

Toch zat het Beijk niet helemaal lekker. Zeventig procent van zijn omzet kwam van de Hanze. ‘We waren kwetsbaar en dus ben ik begonnen met The Chaplins Pub. Dat was echt mijn eerste horecazaak.’ In de jaren daarna opende Beijk onder de vlag van Beijk Catering ook theaterrestaurant ‘Het Ei van Columbus’ en na een sabbatical ook het destijds vernieuwende showrestaurant Baloney’s. Intussen stapte hij ook nog in McMen: een B2B-concept, waarin mannen spannende dingen konden doen. ‘Rally’s, vliegen, duiken, racen. Echt toys for boys.’

Inspiratie
Beijk haalde de inspiratie voor de nieuwe concepten uit zijn reizen. ‘Ik was altijd weg’, zegt hij. ‘En dan kijk ik om me heen. Kritisch! In die tijd vond ik de horeca namelijk een eenheidsworst. Nu zie je meer verscheidenheid in concepten en daar heb ik altijd naar gestreefd. Je redt het niet meer met eten en drinken. Je moet waarde toevoegen. En dus kon je bij Baloney’s eten en tegelijkertijd genieten van livemuziek, entertainment, dans en illusies.’

De uitbreiding van de portefeuille door extra zaken en steeds grotere cateringklussen zorgde er ook voor dat Beijk steeds meer leerde over logistieke processen. ‘Je kunt steeds beter aansturen en je leert het spelletje gewoonweg steeds beter kennen. Maar de stresslevels werden ook steeds hoger. Ik had geen uitdaging meer en wilde stoppen.’

Die eerste poging deed Beijk op z’n 35e. ‘Ik wilde gaan reizen. Ik hield een knallend feest in The Chaplins Pub en heb de bedrijfsvoering volledig achter me gelaten. Ik weet echter nog goed dat ik in de tropen zat en toen een telefoontje kreeg. Drie van mijn managers waren weggekaapt met mooie auto’s en meer geld. Hoewel ik zelf helemaal uit het bedrijf was, was ik nog wel eigenaar. En ik kon mijn mensen niet aan hun lot overlaten.’

Binnen drie maanden stond Beijk weer in Groningen om de boel op orde te krijgen. Het bedrijf groeide door, onder andere door de opening van Baloney’s. Beijk had een kleine 200 man personeel over 22 vestigingen. ‘Meer is niet altijd mooier. De overheid was in die tijd haast je vijand. We werden betutteld met belachelijke regels en we smoorden qua groei. Ik was zeventig procent van mijn tijd bezig met onnodige bureaucratie. Ik dacht: ik verkoop de boel en ga leuke dingen doen.’

Marcel en Fokko van der Velde
Het is 2005 als Beijk op 40-jarige leeftijd Beijk Catering Service, ’t Ei van Columbus en Baloney’s verkoopt aan Marcel en Fokko van der Velde. ‘Twee fijne kerels. De overname ging snel. We waren qua omzet de grootste noordelijke cateraar en dat zijn ze nog steeds. Ze doen het erg goed. Het is in cateringland ook logisch dat je dan een naam niet verandert.’

Mr. Mofongo en The Chaplin’s Pub waren volgens Beijk twee vreemde eenden in de bijt en bleven z’n eigendom. Maar eindelijk kon Beijk zich toeleggen op zijn grote passie: duiken en onderwaterfotografie, waarmee hij zelfs mooie prijzen won. ‘Doordat Mr. Mofongo en The Chaplin’s kleine horecabedrijfjes waren, kon het personeel die prima zelf runnen. Daar hoefde ik me echt niet mee te bemoeien. Ze konden het prima zonder me.’

Toch kwam Beijk andermaal terug van zijn reis. ‘Bij Mr. Mofongo kregen we problemen met een huurpand. De buren wilden deze weer zelf in gebruik nemen waardoor al onze logistieke faciliteiten dreigden te vervallen. Dat kon het einde van het bedrijf zijn. Ik heb snel gehandeld en aan de andere kant van ons restaurant het buurpand aangekocht. En dan zie je ineens nieuwe kansen.’

‘Ik wil altijd verbeteren’
Nu laat Beijk de Greenhouse zien met verse kruiden in lange kweekbakken, die zijn bevestigd aan een ronddraaiende ketting. ‘Dat heet een paternoster, gebaseerd op de eerste liften. De plantjes krijgen verse lucht en zon en de koks kunnen er vanuit twee keukens zo bij. Er is een stofvrije glazencarrousel, waar drie keer zoveel glazen in kunnen. Kost wat, maar ik verdien het lachend terug. Het is ook een stuk show.’ En dan heeft Beijk het nog niet eens gehad over de robotarm ‘Armando’ en de mini-destilleerderij boven de chef’s table, waar je je eigen drankje kunt stoken.

Hoe ontzettend vooruitstrevend Mr. Mofongo ook is, voor Patrick Beijk is dit niet het ultieme horecaconcept. Hoe zit dat met Merckt? ‘Het is allemaal erg snel gegaan. Het concept hebben we in twee maanden ontwikkeld samen met het team van Mensenborgh. We wonnen de aanbesteding. Overtuigend.’

Blurring
Het horecaconcept Merckt telt straks vier lagen met een logistieke kelder, een brouwerij, een foodmarket, een stokerij, koffiebranderij en een rooftopbar met cabrio-dak. ‘Ik zie het echt als blurring: een mix tussen retail en horeca. Maar wel met ambacht als uitgangspunt. We gaan zelf koffie, drank en bier produceren en daarmee de markt op. We maken daar ook echt een belevingsverhaal van. Je kunt het hele ambachtelijke proces volgen. Allemaal duurzaam, hoewel ik daar niet graag mee koketteer. Dat is gewoon vanzelfsprekend.’

Of alles samenkomt in Merckt? ‘We gaan hele bijzondere dingen doen op een werkelijk fantastische plek. Maar ik zie dit niet als mijn ultieme project. Ik heb nog wel iets in mijn hoofd dat nog spectaculairder is, maar dat heeft meer met een locatie te maken. Als de juiste mensen willen meewerken, dan kan dat in Groningen. Maar ook in het buitenland zijn een aantal perfecte locaties – want dat is een voorwaarde – voor dit concept. Het heeft te maken met recreatie. En nee, ik kan nog geen tipje van de sluier oplichten.’

Grootste horecaman van Groningen?
Eerst ligt alle focus op Merckt. ‘Er moet nog heel wat gebeuren, voordat we in het voorjaar van 2019 open kunnen. Dat is nog een flinke uitdaging’, zegt Beijk. Is het dan Beijk’s ambitie om de nieuwe horecakoning van Groningen te worden? ‘Ik ben daar heel eerlijk gezegd totaal niet mee bezig. Ik ben ooit eens verkozen als meest markante horecaman van Groningen was. M’n toenmalige personeel had me aangemeld omdat ik tegen ze had gezegd dat ze te weinig de publiciteit opzochten. Ze hadden me mooi te pakken!’

‘Ik vind het gewoon heel mooi om samen met het personeel een bijzonder bedrijf neer te zetten. Daar heb je een goed team voor nodig en ik ben daar eigenlijk wel het meest trots op! Precies dat wil ik straks met Merckt ook voor elkaar krijgen. In 2020 wil ik wat rustiger aandoen en weer gaan reizen en fotograferen.’

‘Ondernemen is echt ‘kill your darlings’. Ik zie altijd nieuwe kansen, maar zeg ook vaak nee. Voordat ik iets nieuws begin, moet het echt bijzonder zijn. En Groningen is een mooie plek. Ik hou van de Groningse nuchterheid en het bruisende studentenleven. Kijk maar eens wat voor bijzondere mix van mensen hier rondloopt. Wij zijn er voor iedereen. En dat uitgangspunt hanteren we ook bij Merckt. En wat er straks nog op m’n pad komt, zien we dan wel weer!’

Tags (categorieën en branches)beijkhorecamofongo

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: